Van borst tot boterham

Door Ilse Tanamal


Ik herinner het me nog goed, die eerste keer dat Jule op mijn borst werd gelegd na de bevalling. Meteen vond ze haar plekje aan mijn borst en begon ze te drinken. Het voelde gek en onwennig, maar tegelijkertijd ook zo natuurlijk en vertrouwd!

Wat was ik trots op mijn kindje, dat ze meteen al zo goed wist hoe ze zichzelf moest voeden. Maar wat was ik ook trots op mijn lijf! Negen maanden lang groeide ons kindje in mijn buik en werd ze gevoed door mijn lichaam. En nu ze geboren was, zette mijn lichaam deze taak zonder sputteren voort. Iets wat lang niet bij iedereen zo makkelijk gaat, daar ben ik me zeer van bewust. Ik heb altijd borstvoeding willen geven en kon mijn geluk dan ook niet op dat het zo goed ging.


Natuurlijk was het ook pittig, ik voelde me zeker in het begin heel onzeker. Deed ik het wel goed? Hapte ze wel goed aan? Kreeg ze wel genoeg? Liep mijn productie geen gevaar als Jule minder dronk? Wisselde ik wel voldoende af om borstontstekingen en meer van die narigheid te voorkomen?

Maar ik vond het ondanks dat heerlijk om te kunnen voeden. Arjanneke had tijdens de lessen Zwanger in balans gepraat over langvoeden, dat wilde ik ook graag. Ik wilde alleen wel van die onzekerheid af.


Voor mijn eigen gemoedsrust, schakelde ik daarom de hulp van een lactatiekundige in. Heerlijk, even mijn ei kwijt kunnen en antwoord krijgen op al die vragen. Ik vroeg haar ook om tips rondom het aanbieden van vast voedsel, naast het geven van borstvoeding. Ze raadde me aan om met de Kleintjesmethode aan de slag te gaan. Ik kocht het boek ‘Eten voor de kleintjes’ van Stefan Kleintjes. Hierin stond mooi beschreven hoe je vast voedsel bij je kindje kunt introduceren, naast het geven van borst- of kunstvoeding.


De methode gaat er vanuit dat de borst-/kunstvoeding de hoofdvoeding is. Alles wat je daarnaast aan vast voedsel aanbiedt, is extra. Food under one is just for fun werd dan ook al snel mijn mantra.

Je kindje mag bij deze methode zelf eten ontdekken. Je biedt daarom vanaf het begin hele stukken voedsel aan, zodat je kindje het zelf kan vastpakken en eten. Om het veilig te houden, is de eis wel dat je kindje rechtop kan zitten. Je begint daarom ook pas met zes maanden met bijvoeden, in plaats van de vier maanden die ze op het consultatiebureau aanhouden. Ook dat vond ik best even spannend. Ik was bang dat ze op het consultatiebureau zouden aandringen om eerder te starten, gelukkig viel dit alles mee. Toen ik aangaf de Kleintjesmethode te willen volgen, werd daar prima op gereageerd. Ik kreeg wel tips om toch eerder te kunnen beginnen, door bijvoorbeeld gepureerd voedsel op Jules handje te smeren. Lief bedoeld natuurlijk, maar ik heb daar verder niets mee gedaan. Ik vind het als het mijn kind betreft heel belangrijk om bij mijn eigen gevoel te blijven, en heb daarom mijn eigen pad gekozen. Ook binnen de Kleintjesmethode zelf trouwens, maar daarover later meer.


In het boek staat een handig voedselintroductieschema beschreven. Hierin staat precies vanaf welke leeftijd je welk voedsel aan kunt bieden, waarbij rekening wordt gehouden met de darmrijping van je kindje. Ook staan er praktische tips, recepten en complete dagmenu’s in.

Het eerste vaste voedsel wat Jule at, was een wortel. Ik had hem gestoomd in de magnetron, waardoor hij zacht genoeg was om zonder tanden te kunnen eten. Ik vond het best spannend of ze zich niet zou verslikken en hield haar goe