3. Misselijk

Bijgewerkt op: 2 jun.

Blog Puur Mama - ervaringen van een zwangere mama

Welkom bij een nieuwe serie blogs van een zwangere mama die ons de komende tijd meeneemt in haar leven. Wekelijks komt er een nieuwe episode online.


 

Misselijkheid, een zwangerschapskwaal waar veel zwangeren mee te maken krijgen. In de volksmond ook wel bekend als ‘ochtendmisselijkheid’, maar dat is wat mij betreft echt een totaal onterechte term. Toen ik zwanger was van mijn dochter, had ik me er al op voorbereid dat ik best eens last zou kunnen krijgen van misselijkheid.


Mijn moeder was immers ook spuugziek bij haar beide zwangerschappen. En hoewel ik de eerste weken prima doorkwam, was ik vanaf een week of 6 toch echt de Sjaak.

Kotsmisselijk, en niet alleen ‘s ochtends. Het ging de hele dag door, vooral avondeten was een drama. Het gebeurde nogal eens dat ik stond te koken, misselijk werd van de geur en vervolgens niet eens kon genieten van mijn zelfbereide prakkie. Ik hield me wanhopig vast aan die 12 weken, dan zou het beter gaan. Maar helaas, de magische 12 weken gingen voorbij en de misselijkheid bleef. Gelukkig werd het wel minder en rond 15 weken voelde ik me al een stuk beter.


Bij deze zwangerschap had ik me er daarom ook al op ingesteld dat de misselijkheid me niet bespaard zou blijven. Ik begon al snel met liggend ontbijten in bed en had heel de dag crackertjes in de buurt. Waar ik me niet op had voorbereid, was misselijkheid in combinatie met een peuter. Wat is dat pittig zeg, voor jezelf zorgen als je niet in orde bent is één ding. Maar daarnaast ook nog zorgen voor een kindje dat van je afhankelijk is. Het duurde niet lang voor de misselijkheid in alle hevigheid toesloeg. En waar ik bij mijn eerste zwangerschap hele dagen op de bank kon dweilen, had ik die luxe dit keer niet. Mijn man was een lifesaver, hij werkt deels vanuit huis en hielp me bij zo’n beetje alles. Maar de misselijkheid was zo intens dat ik er wanhopig van werd. Ik kon alleen nog maar op de bank liggen met mijn ogen dicht, en maar hopen dat ik mijn eten binnen zou houden. Eten werd een strijd. Er was werkelijk niks wat ik nog lekker vond, en ook drinken vond ik vies. Ik raakte in een negatieve spiraal, want hoe minder je eet, hoe misselijker je bent.



Maar hoe misselijker ik werd, hoe minder ik wilde eten en drinken.

Ik kon niet meer voor mezelf zorgen, maar al helemaal niet voor mijn dochter. Een bekertje drinken voor haar inschenken was al te veel. Ik voelde me zo intens schuldig en zo’n slechte moeder. En het vooruitzicht dat dit nog weken zou duren maakte me wanhopig. Toen ik een doktersafspraak voor mijn dochter af moest zeggen, omdat ik te misselijk was om de deur uit te gaan, was de maat vol. Huilend heb ik met mijn verloskundige gebeld. Ze reageerde zo ontzettend lief en begripvol en was heel duidelijk, dit gingen we niet langer doen. Ik kreeg medicatie en wel direct. Ik had het gevoel dat ik me aanstelde, dat medicatie was voor zwangeren met bijvoorbeeld HG die echt niets binnen kunnen houden. Maar de verloskundige stelde me meteen gerust. Ik moest eens weten hoeveel zwangeren deze medicijnen gebruikten om de eerste weken door te komen. Nadat ik had opgehangen heb ik nog een flink potje gejankt, maar dit keer vooral van blijdschap en ontlading. Ik was zo blij dat ik geholpen werd, dat ik serieus genomen werd. Dat ik me weer beter zou gaan voelen, dat ik weer voor mijn dochter kon gaan zorgen. En het beste, het zou geen weken meer duren. Mijn gevoel van wanhoop, smolt langzaam weg.

19 weergaven